Reacties
15 Wat zegt Daniël 12 over de eindtijd?
Inleiding over het laatste hoofdstuk van Daniël.
Nu het einde van Daniël in zicht komt, vermeerderen de vragen.
We hebben Daniël leren kennen als een bekwaam bestuurder, als een intellectueel, maar bovenal als een godvrezend man. Een man die geliefd was door de HEER.
Daniël heeft een lange leerschool doorlopen.
Eerst heeft hij diverse dromen mogen uitleggen.
Dromen, die allemaal verwezen naar wat er zou gaan komen.
Later ontving hij diverse visioenen, die hem ten dele werden uitgelegd.
Wat wel duidelijk werd, is dat die visioenen de nabije toekomst in beeld brachten.
Inmiddels hebben we geleerd deze beelden in te vullen.
Bij sommige uitwerkingen zijn nog vragen te over, maar over de meest markante zijn de wetenschappers het met elkaar eens. De gruwel genoemd in o.a. Daniël 9:27, duidt duidelijk op het beeld van Zeus dat door Antiochus IV Epifanes in het jaar 167 v.Chr. in de tempel is geplaatst.
De duidelijkheid over de betekenis van de visioenen is inmiddels zo groot, dat veel wetenschappers menen dat Daniël nooit de schrijver van het boek Daniël geweest kan zijn.
Zo frappant zijn deze visioenen.
Wie niet kan geloven in een God die de toekomst overziet en deze gedeeltelijk deelt met Daniël, die moet wel concluderen dat Daniël nooit de schrijver kan zijn geweest.
De eerste les uit Daniël is dat we een God hebben, die werkelijk de toekomst overziet.
De tweede les uit Daniël is dat we echt een Redder nodig hebben.
Zonder Redder waren de drie vrienden van Daniël in de vuuroven verbrand.
Zonder Redder was Daniël door leeuwen verscheurd.
Zonder Redder had Cyres (Kores) de Israëlieten geen toestemming gegeven terug te keren naar hun land.
Zonder Redder was het volk Israël vermalen door machtige volken.
Zonder Redder was de tempel niet herbouwd.
God stuurde Zijn machtigste engelen, Michaël en Gabriël, naar de aarde om Zijn volk te redden.
Dat zien we in het laatste hoofdstuk, Daniël 12.
De verdrukking van de Israëlieten is enorm geweest.
In de boeken van de Makkabeeën staat vermeld dat de verdrukking nooit zo groot is geweest.
Verschrikkelijk!
Maar dan toch: God redt Zijn volk!
Datzelfde hebben we al veel vaker gezien.
Ook tijdens de zondvloed.
God redt Noach en zijn directe familie.
Geweldig!
Maar, er zit ook een hele zwarte kant aan deze geschiedenis.
Vele miljoenen mensen kwamen om in de golven.
Zo ook hier aan het einde van het Oude Testament.
Machtige volkeren beukten in op de Israëlieten.
Vele Joden kwamen op een afschuwelijke manier om het leven.
In de laatste periode van het Oude Testament lijkt het licht uit te gaan.
Israël wordt constant onderdrukt.
De ene verschrikking volgt de andere op.
De Bijbel zegt daarover: “Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan”(Daniël 12:1)
In de boeken van de Makkabeeën is veel te vinden over deze eindtijd.
Over deze eindtijd van het Oude testament.
Het Nieuwe Testament eindigt eveneens met een eindtijd.
Na die eindtijd, weten we, zullen alle graven opengaan.
Dan zal iedereen een onvergankelijk lichaam ontvangen.
Dan zullen de Boeken opengaan.
Dan zal iedereen Christus erkennen. Iedereen zal zijn knie voor Hem buigen (Filippenzen 2:10)
Dan zal iedereen ook worden berecht.
In de paradijsthese, hoofdstuk 18, heb ik dat proces proberen te beschrijven.
Er gebeurt dan heel veel.
Daniël nu, heeft ook iets van dit grootste gebeuren mogen zien.
Meer dan hij prijs mocht geven. Hij moest deze profetie verzegelen tot de eindtijd.
God houdt de spanning vast.
Pas Johannes mocht in zijn openbaring van de eindtijd dit grootste gebeuren meer ontsluieren.
Pas in Openbaring krijgen we een helder zicht op de manier waarop God gaat oordelen.
In de Bijbel verklaren de later opgetekende geschriften de daaraan voorafgaande.
Het Nieuwe Testament verklaart het Oude Testament.
Het Oude testament is niet goed te lezen zonder de verklarende noties uit het Nieuwe Testament.
Deze leessleutel vinden we al bij Genesis 1 en 2.
Genesis 1 is alleen goed te lezen vanuit de verklarende notie van Genesis 2.
In Genesis 2 lezen we dat de mens alle dieren eerst een naam moest geven.
Meer dan 200.000 dieren een naam geven, dat doe je niet in één dag.
Zeker niet als sommige dieren te vinden zijn in een tropisch woud, en andere in de poolstreek.
De mens heeft daar alle tijd voor genomen.
Pas daarna ontstond bij hem een verlangen naar een vrouw.
God heeft daarin toen wonderlijk voorzien.
In Genesis 1 echter, lezen we dat God de mens de opdracht gaf zich te vermenigvuldigen.
Hieruit leiden veel theologen af dat daarom Adam en Eva op de zesde dag geschapen zijn.
Maar dat kan natuurlijk niet.
Want de latere gegevens verklaren de eerdere.
Genesis 2 is leidend.
God heeft op de zesde scheppingsdag in de mens, zowel Adam als Eva aangesproken.
Precies zoals wij nu door Mozes en al de profeten aangesproken worden.
Precies zoals wij nu door Jezus aangesproken worden.
In wat God tot de eerste mens sprak, werden dagen, jaren, zo niet eeuwen later, Adam en Eva aangesproken. Vanaf de zesde dag lag die opdracht er.
Die opdracht werd actueel nadat Adam Eva ontvangen had.
Deze zelfde leessleutel moeten we, denk ik, ook toepassen bij Daniël 12.
Anders lopen we hopeloos vast.
We zien dat God ingrijpt, maar wel laat en zeer terughoudend.
Het lijkt erop dat God het doelbewust donker laat worden.
Voor de komst van Zijn Zoon gaat het licht bijna uit.
Het volk wordt overheerst en verdrukt.
In die donkere tijd neemt het verlangen naar de Vredevorst toe.
Een vredevorst, die de Romeinen verjaagt.
Een vredevorst, die overal vrede brengt.
Een vredevorst, die vanuit Jeruzalem regeert.
God is kennelijk pedagogisch bezig.
Al gedurende het hele Oude Testament kiest Hij één volk om Zijn naam bekend te maken.
Dit ene volk moest leren om aan de hand van Vader te lopen, om op Hem te vertrouwen.
Om Hem lief te hebben.
Om straffen te ondergaan, als zij een andere weg kozen.
Om straffen te ondergaan, als zij niet wilden luisteren.
Dit ene volk werd en wordt aan iedereen ten voorbeeld gesteld.
God heeft dit volk lief, maar juist daarom werd het zo nodig keer op keer hard gecorrigeerd.
Zo ook in de eindtijd van het Oude Testament.
Want het lukte de meesten niet op God te blijven vertrouwen.
Zelfs na alle correcties, was er weinig geloof meer over.
Dat zien we vooral tijdens de geboorte van Jezus.
Wijzen kwamen uit het Oosten. Ze bezochten Jeruzalem en deden navraag. Hen werd verteld dat de Messias in Bethlehem geboren zou worden. Maar niemand liep met deze Wijzen mee naar Bethlehem om de Messias te gaan verwelkomen. De inwoners van Jeruzalem geloofden daar kennelijk niet meer in.
Donker.
Tijdens Zijn hele leven op aarde ondervond Jezus grote weerstand.
Met name van zijn eigen volksgenoten.
Tegen die donkerheid is het Licht gaan schijnen.
God heeft deze situatie mee zo gecreëerd.
Hij heeft Zijn machtigste engelen gestuurd, zodat het volk niet helemaal kon worden uitgeroeid.
Hij heeft Zijn machtigste engelen gestuurd, maar deze hebben de Romeinen niet verjaagd.
God heeft deze situatie zo gecreëerd, om het maximale effect te bereiken.
Als wij deze situatie goed op ons laten inwerken, dan zijn het niet de Joden die Christus hebben gekruisigd, maar wij.
Dit is het ontluisterende van alles.
God stuurt de wereldgeschiedenis.
Dat zien we met name in Daniël.
Daniël toont ons met name de eindtijd van het Oude Testament.
Maar hier in hoofdstuk 12 wordt ook al gewag gemaakt van de eindtijd van het Nieuwe Testament.
Na de aankondiging dat er tijden komen van grote verdrukking, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, komt de bemoediging: “Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.”
Inmiddels weten we dat de doden op de jongste dag zullen opstaan.
Dus deze bemoediging reikt vooruit naar de jongste dag.
God stuurt de wereldgeschiedenis, en houdt daarbij aan ieder het reële perspectief voor ogen.
Eens zullen alle doden opstaan.
Eens zullen wij allemaal worden geoordeeld.
God stuurt de wereldgeschiedenis.
Daarbij krijgt Zijn volk een voorkeursbehandeling.
God heeft Abraham uitgekozen om Zichzelf via hem en zijn nakomelingen bekend te maken.
God trad daarbij op als Regisseur.
Abraham en al zijn nakomelingen werden geroepen en uitverkoren om figuranten te zijn.
Als figuranten moesten zij Gods naam bekend maken.
Als figuranten kregen zij hun aanwijzingen van de Regisseur.
Als figuranten maakten zij Gods grootheid bekend.
Maar elke figurant bleef ook gewoon mens, met al zijn zwakheden.
De figurant kon zich wel extra optrekken aan alles wat God hem leerde.
Zijn leven kon daardoor veranderen.
Maar dat gebeurde niet altijd.
Zie Saul, en vele anderen.
Veel knechten vielen weliswaar door de mand, maar Daniël niet.
Ik ga uit van de universele waarheid dat God al Zijn schepselen lief heeft.
God is immers liefde.
God heeft daarenboven elk van Zijn schepselen evenveel lief.
Gezonde ouders proberen elk van hun kinderen evenveel liefde te geven.
Ze zijn aan hen toevertrouwd om, als ze christen zijn, Gods liefde te laten voelen.
Om te laten zien dat God van elk van hen houdt.
God is immers liefde.
Vanuit de uitverkiezingsleer roept dit idee vragen op.
Maar, volgens mij, geldt de uitverkiezingleer slechts de figuranten.
God roept de figuranten, en tijdens het spel selecteert Hij hard.
Het spel geeft een echt beeld van wat ons te wachten staat.
God gaat de schapen en bokken van elkaar scheiden.
Maar nu nog niet.
Zelfs niet tijdens ons leven.
Dat gebeurt pas op de jongste dag.
Dan pas spreekt God Zijn definitieve oordeel uit.
Immers dan pas gaan de boeken open.
De hele wereldgeschiedenis is dan minstens in 3-D te zien.
Maar wellicht nog veel duidelijker, want Gods techniek overtreft de onze.
Dan zal iedereen tot het juiste inzicht komen.
Alle knie zal zich dan buigen.
Gods openbaring gaat stap voor stap verder.
Daniël reikt ons de beslissende instructies aan voor het lezen van Openbaring.
Daarna, als we Openbaring hebben begrepen, kunnen we het boek Daniël beter plaatsen.
Er is, volgens mij, sprake van een wisselwerking.
Maar onze kijk op Openbaring is daarbij doorslaggevend.
Openbaring vormt de leessleutel tot Daniël.
Uit Daniël leren we dat we al de visioenen concreet moeten nemen.
Zo, denk ik, dat we het neerdalen van het nieuwe Jeruzalem eveneens heel concreet moeten nemen.
Het nieuwe Jeruzalem is de tuinstad, die uit de hemel neerdaalt.
In deel 3 van de paradijsthese heb ik dit uitgebreid beschreven en beargumenteerd.
Zo gebeurt er na de neerdaling van het nieuwe Jeruzalem van alles.
Het laatste oordeel voltrekt zich.
In hoofdstuk 18 van de these heb ik beschreven hoe dit volgens mijn interpretatie zal plaatsvinden.
In het kort wil ik daar nu iets uit aanhalen voor zover het van belang is om Daniël te begrijpen.
Ik denk namelijk dat er in dit leven een selectie plaatsvindt in 3 categorieën: 1. de gelovigen gaan tijdelijk naar de hemel, 2. de ongelovigen gaan tijdelijk naar de hel, en 3. allen die geen keus hebben kunnen of willen maken raken tijdelijk in een zielenslaap.
Pas tijdens de jongste dag vindt de definitieve scheiding plaats tussen de schapen en de bokken.
Er zijn, volgens mij, nu 3 mogelijkheden die later verkleind worden naar 2.
Het definitieve oordeel vindt pas plaats op de jongste dag.
Ieder krijgt dan een onvergankelijk lichaam, met een geest die voor de 100% helder is.
Ieder, alle ongelovigen, zelfs een Nero en een Hitler, zullen dan hun knieën buigen voor Christus.
Ieder zal Hem erkennen en herkennen als de Machtige, door wie alles geschapen is, door wie alles in stand is gehouden. Allen zullen inzien dat Christus de Satan heeft overwonnen.
Voor een moment.
Daarna wordt Satan losgelaten en ziet hij kans om nog velen te verleiden.
Zij trekken massaal op om het kamp van de heiligen en de geliefde stad te omsingelen.
Bizar.
Ze denken kennelijk nog een kans te maken.
Eens hebben zij de Christus gekruisigd.
Misschien denken ze wel, dat ze dit kunnen herhalen.
Maar dan is Gods geduld op.
Alle opstandelingen worden daarna afgevoerd.
Samen met Satan ontvangen zij hun verdiende loon.
Voor eeuwig.
Waar het mij nu vooral om gaat is het idee dat allen die in een zielenslaap raken nog een kans krijgen om te kunnen kiezen.
Dit idee onderstreept Gods goedheid.
Dit idee maakt het mogelijk om in al Gods handelen Gods liefde op te kunnen opmerken.
Zelfs in de zondvloed.
Zelfs in alle gruwelijke oorlogen waarvan Daniël spreekt.
Zelfs in de Holocaust, waarin 6 miljoen Joden op een afschuwelijke manier werden afgemaakt.
Want, iedereen die geen keuze heeft kunnen of willen maken, zal opstaan en krijgt een nieuwe kans.
Of pregnanter gezegd: God geeft iedereen een gelijke kans!
Theologen denken dat Job het eerst geschreven Bijbelboek is.
In dat eerste boek, Job 11:7, lezen we het volgende:
Inmiddels zijn we 65 boeken verder.
We weten inmiddels véél meer.
Wat Job eens schreef, daar moeten we ons niet te veel op focussen.
Gods Openbaring kent een vervolg.
Volgens John Stott is het lezen van de Bijbel hard werken.
Want de Bijbel kent diverse lagen, en elke laag kent diverse interpretaties.
Vandaar, dat ondanks dat de Bijbel al eeuwen lang bestudeerd wordt, er telkens weer nieuwe ideeën naar voren komen.
De Bijbel blijft verrassen.
Vanuit deze gegevens wil ik ingaan op wat ds. Dirk Griffioen schrijft op blz. 109 van zijn schets:
Griffioen besluit de geciteerde alinea met een uitroepteken.
Dit waarschijnlijk, denk ik, omdat het niet in te tekst staat, maar omdat het zijn interpretatie is.
Een interpretatie die weliswaar vrij algemeen is, maar toch gewoon een interpretatie.
Een interpretatie die gestoeld is op andere teksten.
Bij de tekstbehandeling (blz. 111) draagt hij daarvoor twee teksten aan.
We gaan beide teksten bij langs.
Zoals de Vader leven heeft in Zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in Zichzelf: dat heeft de Vader Hem gegeven. En omdat Hij de Mensenzoon is, heeft Hij Hem ook gezag gegeven om het oordeel te vellen.
Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden.”
In de eerste verzen gaat het over de gelovigen. Zij zijn het die naar Hem luisteren en daardoor van de dood overgegaan zijn naar het leven. Zij zullen niet meer geoordeeld worden.
Zij gaan, zoals elders is geopenbaard, via de dood rechtstreeks naar de hemel. Zij komen direct bij Vader thuis. Op de jongste dag maken zij de neerdaling mee van het nieuwe Jeruzalem. Op dat moment ontvangen zij een onvergankelijk lichaam. Daarna vangt een nieuwe tijd, waarin zij taken ontvangen om de nieuwe hemel en de nieuwe aarde te beheren en op te bouwen.
In de laatste verzen gaat het over alle ongelovigen. Zij zullen, op de jongste dag, uit hun graf komen en geoordeeld worden: wie het goede heeft gedaan staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden.
Kennelijk worden op de jongste dag de ongelovigen gesplitst op grond van het oordeel.
In de tussenzin zien we dat God de Vader het eindoordeel delegeert aan Zijn Zoon. Uit ander teksten weten we dat de Zoon op Zijn beurt het eindoordeel aan de gelovigen. (zie these hoofdstuk 18.5)
De Zoon delegeert het eindoordeel kennelijk, omdat Hij alle vertrouwen heeft in al de heiligen.
Vervolgens kijken we naar Handelingen 24:14-15:
“Maar wel wil ik hier verklaren dat ik overeenkomstig de Weg, die zij een sekte noemen, de God van onze voorouders dien en dat ik geloof in alles wat in de Wet en de Profeten geschreven staat; en evenals mijn aanklagers hoop en verwacht ik dat God zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen uit de dood zal doen opstaan.”
Deze verzen geven alleen duidelijk aan dat zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen uit de dood zullen opstaan. Hieruit is niet af te leiden dat de beslissing in dit leven valt.
Dat ons leven hier beslissend is, kan veel beter worden afgeleid uit Matteüs 25:31-46:
Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en opgenomen, U naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat U ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar U toe gekomen?”
En de Koning zal hen antwoorden: “Alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”
Daarop zal Hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven mij niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.”
Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor U gezorgd?”
En Hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.”
Hun staat een eeuwige straf te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.
We weten dat alle gelovigen, na hun sterven, rechtstreeks in de hemel worden opgenomen.
Hun wacht geen oordeel meer.
Vandaar, dat ik denk, dat het in dit tekstgedeelte enkel gaat over de ongelovigen.
Over hen die geen relatie met Christus hebben.
Zij zullen allen op de jongste dag opgewekt worden.
Het dodenrijk (= de hel) en de dood (= de zielenslaap) zullen hun doden afstaan.
Al die ongelovigen en twijfelaars zullen geoordeeld worden.
Rechtvaardig.
Alles, wat ze hebben gedaan telt mee.
De schapen zullen van de bokken gescheiden worden.
Tijdens dit proces mogen de ongelovigen hun weerwoord geven.
Zij zijn opgewekt uit de dood, en hebben een onvergankelijk lichaam ontvangen.
Hun houding tijdens dit beslissende proces doet ertoe.
Zoals alles ertoe doet.
Dit leven doet ertoe, maar ook ieders houding tijdens dat komende proces.
Tot het laatste moment geeft de Heer iedereen een kans.
Hij is immers lankmoedig.
Hij is immers barmhartig.
Veel theologen gaan er zondermeer vanuit dat God barmhartig is.
Zo barmhartig, dat Hij velen niet voor eeuwig verloren zal laten gaan.
Dit ondanks hun ongeloof.
In de these (hoofdstuk 20) staat een citaat van ds. Egbert Brink:
“Hoe zal het hun vergaan, die nog nooit van Hem hebben gehoord, maar hoogstens een godsbesef hebben? En de vele miljoenen aanhangers van andere religies? Hoe zal het met hen aflopen? Al die kinderen, die nooit met het Evangelie zijn opgevoed? Over het lot van de onwetenden laat de Bijbel zich niet of nauwelijks uit. Maar denk nooit te klein van Gods genade. Gods hart is altijd ruimer dan je denkt. Augustinus, Luther, Zwingli, Melanchthon, ze hebben ieder de mogelijkheid opengehouden dat God bij het laatste oordeel bepaalde heidenen zal kunnen vrijspreken. Zij deden dat op grond van teksten als: “vele eersten zullen de laatsten zijn”; en: “ze zullen komen van heinde en ver, van oost en west”(Mat. 8:11,
Mat. 19:30, Mat. 20:12). Het is voor God niet onmogelijk om mensen buiten prediking en doop om, rechtvaardig te verklaren. Daar is Hij vrij in als soevereine God. Maar wie dan ook, niemand kan ooit behouden worden zonder de verdienste van Christus! Alleen is het niet aan ons om daarop te speculeren of daarvan uit te gaan. Wij moeten het doen met: “wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon niet heeft, heeft het leven niet”(1 Joh. 5:12). Want om het eens op het scherp van de snede te zeggen: buiten Jezus Christus om is het leven een hel.”Ik ga heel ver mee met deze theologen, alleen ik denk dat de houding tijdens het laatste oordeel de doorslag gaat geven. Wie dan alsnog, op de valreep, kiest voor Jezus die wordt behouden.
Zo blijf ik zondag 7 van de catechismus onderschrijven: Alleen zij die door een waar geloof bij Hem worden ingelijfd en al zijn weldaden aannemen, krijgen door Christus het heil terug.
Ieder behoort actief een keus te maken.
Ieder kan dan ook, bekleedt met een onvergankelijk lichaam, deze keuze maken.
Niemand is dan meer ontoerekeningsvatbaar.
God geeft iedereen een eerlijke kans.
Immers God is goed en rechtvaardig.
Op grond van Openbaring, denk ik, dat tijdens het beslissende proces Satan wordt losgelaten.
Satan ziet dan kans om nog velen te verleiden.
Ondanks dat iedereen zojuist zijn knie heeft gebogen en Christus heeft erkend.
Ondanks dat, zijn er die even later in opstand komen.
Zij omsingelen de kampen van de heiligen en de geliefde stad, het nieuwe Jeruzalem.
Ondanks dat zij die hoge muren zien, ondanks dat zij de engelen zien die voor de poorten hun positie hebben ingenomen, ondanks dat alles trekken zij op.
Hun grimmigheid kent geen grenzen.
Zij laten zich, ondanks alles wat zij zojuist hebben mogen zien, meeslepen door Satan.
Kennelijk zijn ze niet losgekomen van hun ‘oude’ identiteit.
Hun leven in het hier en nu heeft gevolgen voor later.
Zij kiezen definitief tegen Christus en voor Satan.
Tijdens het laatste oordeel vindt er iets wonderlijks plaats.
Wat verborgen in de mens zit, komt naar buiten.
Enkelen, wellicht in onze ogen toch nog velen, zullen alsnog kiezen voor Jezus en zich hergroeperen in het kamp van de heiligen.
De overigen zullen optrekken in een poging om het nieuwe Jeruzalem in te nemen.
Ieder zal worden geoordeeld, maar zal ook het oordeel over zichzelf uitroepen.
God zal iedereen rechtvaardig straffen.
Zijn strafmaat kent vele gradaties.
Ook daarin is God rechtvaardig.
Zie daarvoor verder hoofdstuk 18 van de these.
Nu terug naar Daniël 12.
In de eindtijd van het Oude Testament doet God grotendeels het licht uit.
Hij laat het toe dat Israël onderdrukt wordt, zoals niet eerder is voorgevallen.
Maar Hij stelt ook grenzen aan deze onderdrukking.
Zijn twee machtigste engelen stuurt Hij, om te voorkomen dat niet het hel volk zal worden uitgeroeid. Zijn beloften gaat Hij waarmaken.
Maar eerst laat Hij het nog even, vier eeuwen, donker worden.
Daarmee laat Hij zien, dat zodra Hij Zijn Handen terugtrekt, Zijn volk het moet ontgelden.
Maar niet alleen Zijn volk.
Alle volkeren staan tegen elkaar op, en er gaat een verwoestende gruwel door de wereld.
Zonder Gods ingrijpen wordt het een grote moordpartij.
God wil ons laten inzien waarvan wij verlost worden.
God creëert geen volkerenmoord.
Hij laat het wel toe, om ons inzicht te geven in onszelf.
Bij het kruis van Golgota zien we iets dergelijks gebeuren.
God de Vader trekt Zich terug.
En wij mensen, wij kruisigden Zijn Zoon.
Zijn Zoon, die geen mens kwaad heeft gedaan.
Die zieken genas, en doden liet opstaan.
Wij kruisigden Hem.
De woorden die Daniël ontving, moeten volgens vers 4 geheim blijven en zelfs worden verzegeld.
Uit vers 9 is op te maken dat God dit zelf doet. Daar lezen we:
Maar Hij zei: ‘Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen tot de eindtijd’.
Inmiddels is de eindtijd van het Oude Testament afgesloten, en de meeste visoenen zijn daarin te plaatsen. Maar vanuit Matteüs 24:15 weten we dat tenminste één van die visioenen ook iets zegt over de eindtijd van het Nieuw Testament. Dit omdat er in de tekst (Matteüs 24:15) wordt verwezen naar de gruwel van Daniël.
Dus op dit moment weten we al meer dan Daniël wist.
De ‘gruwel’ kennen we in zijn eerste vervulling. Maar volgens Matteüs blijft het daar niet bij. Ondanks de komst van de Vredevorst zullen er ook tot aan de eindtijd van het Nieuwe Testament gruwelijkheden plaatsvinden. Te beginnen met de verwoesting van de tempel.
Voor ons is het van belang dat we weten dat God deze gruwelijkheden toelaat.
Hij heeft ze voorzien, zoals Hij alles voorziet.
Hij heeft dit aan Daniël in visioenen laten zien.
Met een citaat van John Stott, over de gruwel uit Daniël, wil ik dit nogmaals accentueren:
“Deze kleine horen (Dan. 8:9-12) duidt op een koning, ‘hard van aangezicht’, die op ‘ontstellende wijze’ verderf zal brengen. ‘Machtigen zal hij verderven, ook het volk der heiligen’(Dan. 8:23-24). Het gaat hier zonder twijfel over Antiochus Epifanes (175-163 v.Chr.), die ‘een veracht man’ wordt genoemd in Daniël 11:21.
In 167 v.Chr. beval Antiochus Epifanes de tempeloffers te staken, de Schriften te vernietigen, met de viering van de sabbat op te houden en de voedselwetten niet meer na te leven. De climax kwam in december, toen een nieuw altaar werd gewijd aan Zeus, de heer des hemels (waarvan Antiochus een incarnatie beweerde te zijn) en daarop onreine dieren werden geofferd. Hij deed het dagelijks brandoffer dus ophouden en ontwijde het altaar door de ‘gruwel’, ‘die verwoesting brengt’(Dan. 11:31).
De ‘gruwel’ raakten toen velen, en raakt op dit moment nog velen en zal tot aan de jongste dag nog velen raken. Verschrikkelijke gruwelijkheden vinden in alle tijden plaats, dan hier dan daar.
Zelfs na de komst van de Vredevorst gaat de strijd door.
Misschien juist wel daarom. Misschien verhevigt de strijd zich wel, omdat deze Vredevorst zal terugkomen om Zijn werk definitief af te maken.
Volgens Matteüs 24 en vele andere profetieën, vooral die uit Openbaring, is dat echt zo.
De vervolgingen zullen toenemen, dan hier dan daar.
De les, die we uit Daniël mogen trekken is: God heeft alles in handen.
Deze kennis roept meerdere vragen op.
Zelfs al betrekken we Romeinen 8:28-39 bij die overwegingen.
Waarom laat God lijden toe?
Waarom laat God het lijden toe op zo’n vreselijke grote schaal?
Miljoenen mensen zijn inmiddels op een gruwelijke manier om het leven gekomen.
Waarom?
In de these, in hoofdstuk 19.10, heb ik deze vraag proberen te beantwoorden.
Ik kom tot de conclusie dat alles zin heeft.
We leven in een tijd van voorbereiding en selectie.
Ons leven doet ertoe.
God zal uit genade ‘de schapen’ belonen naar de mate waarin zij zich hebben laten inzetten.
God zal vanwege Zijn gerechtigheid ‘de bokken’ straffen naarmate zij Hem hebben afgewezen.
Gods beloning kent veel gradaties.
Gods straf kent zo eveneens veel gradaties.
God zal al het lijden, dat wij in Zijn naam ondergaan, compenseren.
Immers, God is rechtvaardig.
Zie voor de verdere uitwerking de paradijsthese.
Laten we vervolgens kijken naar Daniël 12 vers 7:
De in linnen geklede man zijn we al eerder in hoofdstuk 10 tegengekomen. Het is de HEER.
Hij die de toekomst in handen heeft, laat Daniël iets van die toekomst zien.
Hij doet dit, denk ik, opzettelijk versluierd.
Dit om ons te laten zien dat niet alles even vastligt.
De HEER laat zich immers verbidden.
Dat hebben Daniël en zijn vrienden ondervonden.
God had een ballingschap van 70 jaar voorzien.
Die ballingschap is ingekort.
Ik denk, dat dit mee komt door de gebeden van Daniël en zijn vrienden.
Daniël weet dit.
Nu hoort Daniël dat de HEER zweert bij Zijn Vader.
Daarbij noemt Hij geen exacte tijden, en laat zo ruimte aan het gebed van de heiligen.
Wij kunnen terugzien op het einde van het Oude Testament.
Bekend is dat het volk toen bijna is verbrijzeld.
De tijdsduur van die verdrukking is niet precies terug te voeren naar die drieënhalve tijd.
Misschien is die tijd wel ingekort door het gebed van de heiligen.
Ook aan het einde van het Nieuwe Testament zal er verdrukking zijn.
Maar ook hiervan is de tijdsduur niet exact te bepalen.
In Openbaring lezen we wel over tijden, maar nooit zijn die tijden als exacte tijden bedoeld.
Ik denk dat ook hier God veel laat afhangen van de gebeden van de heiligen.
De profetie laat dan wel duidelijk uitkomen dat Hij alles in handen heeft, maar dat Hij rekening houdt met onze reactie, met name met de reactie van de heiligen.
Zo veronderstel ik dat er vele eindtijdscenario’s mogelijk zijn.
In hoofdstuk 19.7 van de paradijsthese heb ik enkele mogelijke scenario’s geschetst.
In het laatste vers van Daniël 12 lezen we het volgende:
In Daniël 12:2-3 lazen we al eerder over het hiernamaals.
Nu opnieuw, maar nu specifiek gericht op Daniël.
Hij zal ingaan tot de rust en aan het einde van de dagen opstaan om zijn uiteindelijke bestemming te bereiken.
Het Oude Testament is heel sober over het hiernamaals.
Volgens veel theologen is de tekst uit Daniël 12 wel de duidelijkste uit het Oude Testament.
Het Oude Testament brengt ons weliswaar stap voor stap dichter bij het Nieuwe Testament.
Maar pas de opstanding van Jezus bracht leven en onsterfelijkheid aan het licht. (2 Timoteüs 1:10)
Daarover schrijft Paulus in 1 Korintiërs 15 uitvoerig.
Zo is het Nieuwe Testament veel rijker dan het Oude Testament.
Het Oude Testament zet slechts enkele sobere stapjes richting het Nieuwe Testament.
Het lijkt erop alsof God de spanning nog even wil vasthouden.
In het Oude Testament ontbreekt bij mensen het denken over beloning of straf na de dood.
Volgens hen moest de beloning en de bestraffing in dit leven plaatsvinden.
Vandaar dat Jezus dit denken heeft moeten corrigeren.
In het Oude Testament is een opgaande lijn te ontdekken over het hiernamaals.
Het begin van die lijn ligt bij Job 3:11-19.
De climax wordt gevormd door Daniël 12.
Maar ook in het Nieuwe Testament is een opgaande lijn te ontdekken.
De climax van die lijn is te vinden in Openbaring.
Het nieuwe Jeruzalem zal neerdalen.
Elke knie zal zich voor Hem buigen.
Voor onze eindtijdverwachting is het cruciaal om de eindtijdverwachting van het Oude Testament te verbinden met die van het Nieuwe testament.
Op het wereldtoneel voltrekken zich meerdere bedrijven.
Wij leven nu in het tweede bedrijf, de tijdspanne van het Nieuwe Testament.
Karakteristiek voor de tijdspanne van het Oude Testament is dat God daarin Zijn Naam groot heeft gemaakt door het volk Israël. Dat volk koos Hij uit.
Karakteristiek voor de tijd van het nieuwe Testament is dat God daarin Zijn Naam verder bekend maakt door alle heiligen, door hen te vullen met Zijn Geest. God kiest hen uit.
Alle uitverkorenen krijgen zo een speciale verantwoordelijkheid.
Zij moeten door hun leven Gods grote Naam aan alle volkeren bekend maken.
Hoe?
God weet bij voorbaat dat alle uitverkorenen daarin te kort zullen schieten.
Vandaar dat Hij het Zelf gaat doen.
Op de jongste dag gaan de boeken open.
De hele wereldgeschiedenis komt dan voor iedereen open te liggen.
Dan zal blijken dat Gods techniek onze techniekjes vele malen overtreft.
De wereldgeschiedenis is veel beter vastgelegd dan wij met internet en met 3D-film ooit hebben kunnen doen.
Dan zal iedereen God als HEER van de geschiedenis erkennen.
Zij, die nog geen keuze hebben gemaakt, krijgen dan alsnog een kans om te kiezen.
Zij, die al in dit leven doelbewust tegen God gekozen hebben, zullen zich verharden en opnieuw in opstand komen tegen God. Zij maken zich op om het nieuwe Jeruzalem te omsingelen.
Zij, die al in dit leven bewust voor God gekozen hebben, zullen door de HEER worden ingeschakeld bij de voltrekking van het laatste oordeel.
Onze uitverkiezing nu, is een uitverkiezing die verantwoordelijkheid met zich meebrengt.
Uiteindelijk zal blijken dat God iedereen een gelijke kans heeft gegeven.
Immers God is rechtvaardig.
Immers God is barmhartig en vol van liefde.
God leert ons zonder aanzien des persoons de ander lief te hebben.(Romeinen 2:11)
Dit omdat God Zelf ook zo te werk gaat.
Op de jongste dag zal dit blijken.
De visioenen uit Daniël kleuren zo de profetie in Openbaring.
Laten we niet te klein denken over Gods profetieën!
De bij deze inleiding behoren PowerPoint dia's zijn hier te bekijken.
- Als Adam 12 jaar was geweest (ik geloof dat dus niet), dan had hij niet verrast uitgeroepen toen Eva geschapen werd "been van mijn been en vlees van mijn vlees". Als 12 jarige heb je nog niet veel behoefte aan een vrouw, maar meer aan een moeder. Adam is dus als volwassen man geschapen.
- Adam heeft niet lang in het paradijs rondgewandeld (voor de zondeval), anders waren er voor de zondeval al nakomelingen geweest.
- De vrouwen die na Eva kwamen zijn niet geschapen uit een rib, want anders waren deze schepsels volmaakt zonder zonde geweest en hadden ze niet hoeven te sterven (Of er had een 2e zondeval plaats moeten vinden, wat erg onwaarschijnlijk is). Wat door God geschapen is, kan alleen maar zonder zonde zijn.
- Waarom moet je proberen om de miljoenen jaren binnen de Bijbel passend te maken? Je kunt toch gewoon geloven dat de wereld hooguit 20.000 jaar oud is?
- Wat is je doel van de doordenking?
- Er zijn talloze voorbeelden waarbij enge ziektes, zoals reumatische vergroeiingen en kankergezwellen, in fossielen zijn gevonden. Hoe is dit te combineren met het feit dat voor de zondeval het lijden afwezig verondersteld moet worden?
- Waarom heeft God Adam en Eva als onvolwassen mensen geschapen?
- Is de paradijsthese te speculatief? Doet deze afbreuk aan de Bijbel?
- Heeft God de zondeval voorzien?
- Had de wereld voor de zondeval mogelijk een andere vorm?
- Mailwisseling met André van Gelder, eindredacteur van Wetenschap van Meesterschap (SchepperEnZoon.nl).
- Mailwisseling met Rinus Kiel, creationist met een uitgebreide eigen website
- Reactie op de stelling uit De Reformatie van 7 oktober 2011
- Mailwisseling met Ton de Ruiter
- Wat zegt Daniël over de eindtijd?
- Wat is de late-alverzoening?
- Waar komt het kwaad vandaan?
- Wat zegt ons de tekst: ‘De bladeren van de boom brachten de volken genezing’ (Openbaring 22:2)?
- Gedachten bij ‘De stilte van God’ van Reinier Sonneveld
- Calvijns predestinatieleer gewikt en gewogen
- Gedachten bij ‘Profetisch licht – Toekomst voor Israël en de kerk’ van dr. J. Hoek (red.)
- Gods toorn en Gods geweld
- Is de vuurpoel te onderscheiden van de poel van vuur en zwavel?
- Hosea 11 en 12, over de brullende Leeuw en over Gods verkiezing van Jakob.